Hoe werkt het 3T-Traject

Het 3T-Onderwijstransfertraject (kortweg 3T-Traject) is een specialistisch onderwijstraject gericht op de transfer van professionals van buiten het onderwijs naar het beroep van docent. Centraal in het 3T-Traject staat het 3T-Studieprogramma voor de vereiste pedagogische didactische scholing. Want geen misverstand : doceren is een vak. Een vak dat niet alleen vakexpertise vereist maar ook pedagogisch-didactische kennis en vaardigheden.

Tegelijk met uw pedagogisch didactische scholing start u met het zgn. Werkplekleren. Binnen een MBO-instelling gaat u dan ervaring opdoen in de onderwijspraktijk zelf middels een stage/werkervaringstraject.

Het 3T-Traject een persoonlijk maatwerktraject. Als 3T-deelnemer kunt u dan ook rekenen op een intensieve persoonlijke begeleiding. Met veel aandacht voor uw persoonlijkheid. Gekoppeld aan het zoeken naar de optimale match tussen uw kennis, werkervaring, interesses én het vak dat u gaat doceren. Bovendien bepaalt U uw eigen tempo en uw eigen programma.

Alle uw vorderingen, inspanningen en prestaties worden namelijk vastgelegd in een persoonlijk Portfolio. Aan het einde van het traject bevat uw portfolio al uw producten mbt studie- en onderzoekstaken, opbrengsten van reflecties en een weerslag van uw Werkplekleren-evaluatie.

3T staat niet alleen voor Transfer To Teaching maar refereert ook aan de opbouw van het traject in 3 ‘T-fasen’ :

• Fase T1 Testing

• Fase T2 Training

• Fase T3 Teaching

Fase T1: Testing

Vanuit de 3T-grondgedachte ‘dicht bij jezelf blijven is met afstand de beste manier van lesgeven’, vormt een Persoonlijkheidsscreening het kenmerkende startpunt van het 3T-Traject. Persoonskenmerken spelen namelijk een cruciale rol in het zijn (of worden) van een succesvol docent. Dat is ondertussen veelvuldig wetenschappelijk aangetoond. Afname van de bijbehorende test gebeurt webbased.

Tegelijkertijd vindt een screening plaats van het CV met als doel het zoeken van de optimale match tussen beroepsexpertise, werkervaring, interesses van de kandidaat én het vak dat hij/zij kan/wil gaan doceren.

Fase T2: Training

Theorie in de Praktijk

De tweede ‘T’ staat voor Training. T2 (Training) omvat het 3T-Studieprogramma voor scholing in pedagogische en didactische vaardigheden. Het 3T-Studieprogramma is volledig afgestemd op het wettelijk kader zoals bepaald in het Landelijk Raamwerk PDG en modulair van opzet:

Module 1
Ik als docent : Ambachtelijk Meesterschap in de 21 eeuw.

Scholing in de basisvaardigheden voor een MBO-docent:
Ontwerpen van leerarrangementen en verzorgen van leeractiviteiten die passen in de context van een beroepsopleiding en die voldoen aan de kwaliteitseisen conform de MBO- Kwalificatiedossiers.

Module 2
Ik als begeleider : coaching van de MBO-student

Als begeleider zet een docent MBO interventies in om studenten te begeleiden bij de ontwikkeling tot beroepsbeoefenaar, toerusting voor participatie in de maatschappij en/of eventuele vervolgstudie.

Module 3
Ik als verbinder : de schakel tussen school en beroepspraktijk

Als ‘verbinder’ zorgt de MBO-docent voor het soepel verlopen van het inductieproces tussen school en beroepspraktijk. Daartoe moet de docent in contact staan met de beroepspraktijk en de bijbehorende kwalificatie-eisen kennen.

Module 4
Ik als collega : Visie op beroepsonderwijs en visie op docentschap

De docent MBO vertaalt ontwikkelingen binnen de branche naar het beroepsonderwijs. Hij manifesteert zich daarbij als teamspeler met een sterk ontwikkelde organisatie- en omgevingssensitiviteit met zicht op ontwikkelingen binnen onderwijs (ROC-beleid, Onderwijsinspectie, maatschappelijk debat etc)

Module 5
Ik als professional : De lerend docent met reflectie op eigen handelen

De docent MBO is een lerende professional, die bewust actief is in zijn eigen professionele ontwikkeling en in- en extern verantwoording aflegt voor zijn handelen.

Virtual Classroom Community (VCC )

Cruciaal onderdeel van het cursorisch gedeelte is de Virtual Classroom Community (VCC). De VCC is een digitaal platform waar de cursist gedurende het gehele cursustraject continu contact onderhoudt, feedback en evaluatie krijgt van medecursisten en cursusdocent. De VCC is dan ook een elektronische leeromgeving die met name intervisie en intercollegiaal leren mogelijk maakt en portfolio-opbouw en –beheer efficiënt faciliteert.

T3: Teaching

Praktijk in de Theorie

De T3- fase Teaching omvat het zgn Werkplekleren. Deze fase is dan ook gericht op het opdoen van ervaring in de onderwijspraktijk zelf middels een stage/werkervaringstraject.

Het is wenselijk dat elke deelnemer tijdens het werkplekleren in contact komt met meerdere onderdelen van zijn vakgebied. Meerdere docent-rollen kan verkennen, verschillende onderwijsvormen kan toepassen en in contact komt met diverse groepen studenten/leerlingen. Aldus verkent de deelnemer zijn mogelijkheden en beperkingen, specifieke talenten én zijn valkuilen.
3T onderhoudt het contact met de instelling die een leerwerkplaats biedt.

Gedurende het gehele cursustraject bespreekt de deelnemer continu zijn bevindingen en ervaringen op de werkplek met medecursisten en cursusdocent .

Programma /Studiebelasting

Het totale 3T-Traject kent een looptijd van één jaar met de volgende studiebelasting:

Fase 2 : Training

Het 3T-Studieprogramma bestaat uit:

– 15 plenaire bijeenkomsten van 5 uur.
– Uitvoeren van studie- onderzoeks en werktaken
– Reflecties/beschouwingen mbt eigen handelen en functioneren
– VCC-leren : geven en ontvangen van feedback/evaluaties

Deze onderdelen kennen een belasting van gemiddeld 8 uur pw gedurende de looptijd van het traject.

Fase 3 : Teaching

Conform het Landelijk Raamwerk PDG wordt de cursist geacht werkzaam te zijn op basis van een arbeids- of stage-overeenkomst met een omvang van tenminste 0,4 fte. Het verdient dan ook aanbeveling om zoveel mogelijk actief te zijn in eerwerkplek/stagetrajecten. Het invullen van 8 uur in een leerwerkplek/stagetraject per week geldt als minimum. In totaal kent het 3T-Traject derhalve gemiddeld een belasting van gemiddeld 3-3,5 dag per week.

Afsluiting/ Certificering / Benoembaarheid

Gedurende het 3T-Traject bouwt u een Portfolio op.

Aan het einde van het traject bevat uw portfolio al uw producten mbt studie- en onderzoekstaken, opbrengsten van reflecties zoals verbonden aan het 3T-Studieprogramma. Daarnaast bevindt zich in uw portfolio uw Werkplekleren-evaluatie. Met de registratie van uw aantal actieve onderwijsuren en met een weerslag van aantal en kwaliteit van de door u verkende docentrollen en uitgevoerde onderwijstaken.

Middels een assessment wordt aan het einde van het traject uw Portfolio beoordeeld. Dat gebeurt op basis van de kwalitatieve en kwantitatieve criteria zoals neergelegd in het Landelijk Raamwerk PDG. Op basis van de bevindingen van de assessor wordt uw Portfolio gewaardeerd met zgn PE-Punten (Persoonlijke Educatie Punten). Ter afsluiting van het 3T-Traject ontvangt u een 3T-Certificaat met daarop vermeld het door u behaalde aantal PE-Punten. Kwalitatief niveau en kwantitatieve inzet kunnen per cursist verschillen. Het 3T-Certificaat dan ook een gepersonaliseerd getuigschrift.

De 3T-Cursist is nu basisbekwaam en beschikt over pedagogisch didactische kennis én over doceer-ervaring. Een solide basis voor scholen om de cursist een formatieplaats te bieden. Volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) is de cursist nu (tijdelijk) benoembaar. De benoeming kan plaatsvinden voor een maximale periode van twee aaneengesloten studiejaren met verlenging voor nog een periode van twee jaar.